Blauw Bloed

Geen aflevering over het Koninklijk Huis deze keer, maar een verhaal over twee mannen die het blauwe bloed van ‘denim’ door hun aderen hebben vloeien,  Jos en zijn zoon Bart Eringa, grote liefhebbers, en dat is een understatement, van denim. Mannen die aan de kleinste details kunnen zien wat voor vlees ze in de kuip hebben ten aanzien van spijkerbroeken.

De 28-jarige Bart Eringa werkt tien jaar in de zaak van zijn vader Jos Eringa. Inmiddels is hij vennoot en net als zijn vader op een gezonde manier besmet met het denim-virus.

“We steken onze nek uit voor iets waar we helemaal voor gaan” vertelt Bart “mooie dingen, waar de kwaliteit vanaf straalt. Mensen moeten bij ons de zaak binnenlopen en prettig verrast worden door de nieuwe dingen. Wij zijn trots op onze winkel en laten graag zien wat voor moois we in huis hebben. Het enthousiasme van de klanten, daar doen we het voor. Ik moet eerlijk zijn dat ik niet altijd even enthousiast ben wanneer ik door de gemiddelde winkelstraat loop en de etalages bekijk en dan druk ik me heel gematigd uit”.

ERVARING OPDOEN

Het liefste zou hij na zijn hbo-studie ‘Small Business en Retail Management’ bij Hogeschool Stenden in Leeuwarden eerst een paar jaar ervaring hebben opgedaan bij een van de grote merken, die zij in de winkel verkopen, maar dat zat er wegens de economische omstandigheden op dat moment niet in. Dus ging hij aan de slag bij de VIPSHP aan de Oosterdijk, eerst in deeltijd, maar naarmate de liefde voor het vak groeide fulltime. Het vonkje van het zelfstandig ondernemen was overgeslagen en een brandend vuurtje geworden.

Inmiddels werkt hij zes dagen per week en is hij vennoot. “Soms ben ik weleens te enthou-siast met het aantal uren dat ik in de zaak doorbreng. Dan vind ik het heerlijk om mijn hoofd even leeg te maken met mijn favoriete sport, hockey. Jammer dat het heren seniorenteam bij de Sneker hockeyclub SMHC is verdwenen door omstandigheden. Nu ben ik aangewezen op Steenwijk om een beetje op niveau te kunnen spelen.

Je vader loopt richting de 65 jaar, jij bent de beoogd opvolger. Ga je dan ook dingen an-ders doen? “Ik sta al tien jaar op de loonlijst. In het begin alleen in het weekend, daarna in deeltijd en sinds een paar jaar volledig. Ik ben op sommige gebieden, bijvoorbeeld de omgang met computers, wat handiger dan mijn vader. Daar staat tegenover dat hij al een kleine veertig jaar zelfstandig ondernemer is en onze zaak heeft opgebouwd tot wat het  nu is. Hij beschikt dus over een enorme ervaring, heeft ten aanzien van het assortiment haast een fotografisch geheugen en heeft dat succes voor een belangrijk deel te danken door zijn fingerspitzengefühl voor trendmatige ontwikkelingen op de markt en de flexibiliteit om daar tijdig in mee te gaan of zelfs voorop in te lopen. Want wij Eringa’s hebben allemaal een beetje die eigenwijsheid om onze eigen koers te varen. Dus, terugkomend op de vraag of er veel gaat veranderen, neen. Gedurende de periode dat ik er werk zijn er al dingen veranderd. We respecteren elkaar, dus krijg ik de vrijheid om bepaalde van mijn inzichten door te voeren. Aan de andere kant leer ik dagelijks dingen van hem, waarbij ik me keer op keer verbaas dat hij zich zoveel zaken tot in detail herinnert. Hij is gepokt en gemazeld in de herenmode in het algemeen en in jeans in het bijzonder”.

WIJ HEBBEN BLAUW BLOED

Op mijn chargerende opmerking dat wanneer je één spijkerbroek hebt gezien, je ze toch allemaal hebt gezien, veren beide heren tegelijkertijd op. Blijkbaar begint het blauwe bloed te bruisen. “Je hebt zo enorm veel soorten spijkerbroeken” legt Bart Eringa uit. “Verschillende merken, soorten en kwaliteiten, wassingen, red listing kwaliteit, weefmethode van het denim, diktesoorten, denim met voering, denim stretch. Vergelijk het met het kopen van een auto. Je praat ook niet over ‘een auto’, maar over een merk waar je voorkeur naar uitgaat. En binnen dat merk heb je modellen, die je daarnaast kunt ‘aankleden’ met toeters en bellen, accessoires. Een vergelijkbare situatie vindt je terug in denim jeans. Wij hebben ‘blauw bloed’, oftewel wij zijn lyrisch van spijkerbroeken”.

“We zijn net terug van ‘de Kingpins’, de grootste beurs ter wereld op denimgebied, die maar op drie plaatsen ter wereld wordt gehouden: In Hongkong, in New York en op 13 en 14 april in de Gashouder van het Westergasterrein in Amsterdam. In 2016 voor de vijfde keer. In dat ronde gebouw vindt je de beste denimweverijen en (jeans) fabrieken met hun meest recente innovaties en denimstoffen. Hoewel het een beurs is, gaat het vooral om netwerken, bekijken wat de markt gaat doen en minder over zaken doen”.

JAPAN EN KOREA HOT

“Wij zijn in Nederland een vooraanstaand land op het gebied van denim” vult Jos Eringa zijn zoon aan. “Maar als je de echte vernieuwingen wilt zien, zou je eens een kijkje in Japan of Korea moeten nemen. Die mensen zijn zo super modegevoelig. Dat is heerlijk om te zien, voor ons niet zo zeer om te verkopen, want dan zouden we te ver voor de optocht uitlopen.  De spijkerbroekenmarkt kun je grosso modo als volgt indelen; je hebt een hele, hele grote groep doorsneemodellen en kwaliteiten en een klein groepje merken, die de kers op de taart vormen. De kleine merkjes van de liefhebbers voor de liefhebbers. Met zo’n enorm oog voor detail gemaakt. Bovendien vaak gemaakt van hele bijzondere doeksoorten En juist dat groepje heeft onze onverdeelde aandacht. Omdat ze zulke mooie en bijzondere producten maken”.

“Het merk Denham is daar een goed voor-beeld van. Die broeken hebben een perfecte pasvorm, ze worden ook in stretch-kwaliteit gemaakt, waardoor ze nog lekkerder zitten. We zeggen ook weleens: ze worden op de kleermakersmanier gemaakt. Dat zie je goed als je een broek binnenstebuiten keert. De afwerking is veel beter dan van een doorsneebroek”. “Een ander merk dat veel verhalen ‘aan zijn broek’ heeft is natuurlijk Levis, de uitvinder van de spijkerbroek. Ook hier geldt weer de 80-20 regel; 80 procent commercieel, voor de grote markt en 20 procent voor de liefhebbers van net dat beetje meer. Voor die laatste groep maakt Levis het merk ‘LVC’ oftewel ‘Levis Vintage Collection’. Alle LVC-modellen zijn standaard gemaakt van Red Listing stof, een stof die met een hele strakke schering en inslag (high density) op speciale weefgetouwen wordt gemaakt waardoor de denim niet alleen veel sterker is en dus langer meegaat, maar ook prettiger draagt. Over het algemeen hebben deze modellen een donkere wassing, om zo dicht mogelijk bij de originele spijker-broek van Levis (50-60 jaar terug) te blijven. Verder worden ze in verschillende diktes (doeksoort) gemaakt, hetgeen wordt uitge-drukt in ounces”.

‘501 BIG E’

Bij Levis is bijvoorbeeld in de zeventiger jaren een keer een misdruk van het model 501 uitgebracht, die nu bekend staat onder de naam ‘501 Big E’. Op de merk-tag, die aan de achterzak van de broek is bevestigd, staat hoofdletter ‘L’, hoofdletter ‘E’, en dan ‘vis’, terwijl normaliter alleen de ‘L’ kapitaal wordt geschreven. Als je zo’n broek tegenkomt, een oude wel te verstaan, moet je hem in handen zien zien te krijgen, want die broeken zijn bij verzamelaars een vermogen waard. De nieuwe modellen van de Vintage Collection hebben overigens allemaal die ‘verkeerde’ tag, dus met een Big E.

Intussen heeft Jos een Japanse uitgave van een special over denims gepakt, waar minstens 10 pagina’s met alleen maar verschillende knopen in staan afgebeeld, die stuk voor stuk bij specifieke modellen horen. Alleen dat tijdschrift van een kleine driehonderd pagina’s is al een collectors item. Zoals gezegd, het gaat bij de mensen die blauw bloed hebben om de details.